Milton Taalpatronen - InnerQi NLP opleidingen en trainingen voor persoonlijke en zakelijke groei. Milton Taalpatronen - InnerQi NLP opleidingen en trainingen voor persoonlijke en zakelijke groei.
1 of 2

Milton Taalpatronen

Vooronderstellingen

Voorbeeld: Wat is je favoriete manier van ontspannen?

Uitleg: Dit veronderstelt dat je kunt ontspannen, en dat je een favoriete manier hebt.

Koppelen van verifieerbare ervaringen en onverifieerbare ervaringen.

Voorbeeld: Je zit daar op de stoel en dat helpt je te ontspannen.

Uitleg: Het is verifieerbaar dat je op de stoel zit, maar onverifieerbaar dat de stoel je helpt te ontspannen.

Een feit suggereren.

Voorbeeld: Vraag aan je onbewuste om je te helpen te ontspannen.

Uitleg: Dat suggereert het bestaan van een onbewuste.

Gedachten lezen

Voorbeeld: Ik weet dat jij je af vraagt wat er zal gaan gebeuren.

Uitleg: Dat kun je niet weten, alleen maar gissen.

Nominalisatie (een proces veranderen in een ding)

Voorbeeld: Ga in de ervaring

Uitleg: Dat er iets te ervaren is.

Conjunctie (gebruik van het woordje ‘en’)

Voorbeeld: Je luistert naar mijn stem, en je ontspant je, en je geniet.

Uitleg: Lange reeksen met steeds ‘en’ verdiepen de trance.

Verborgen oorzaak – gevolg relaties

Voorbeeld: Als je lekker zit kun je goed ontspannen.

Uitleg: Dit legt een noodzakelijk verband tussen zitten en ontspannen.

Expliciete oorzaak – gevolg zinnen.

Voorbeeld: Wanneer mensen ontspannen, kunnen ze nieuwe dingen leren.

Uitleg: Het één zorgt onlosmakelijk voor het ander.

Indirecte opdrachten

Voorbeeld: Ik vraag me af of je wel helemaal lekker zit.         

Uitleg: Daarmee draag je iemand op om beter te gaan zitten.

Dingen die eigenlijk niet kunnen

Voorbeeld: Je gedachten kunnen overal heen vliegen.

Uitleg: Gedachten kunnen niet vliegen. (letterlijk)

Onspecifieke aanduidingen

Voorbeeld: Bepaalde indrukken, sommige dingen, mensen en dingen.

Uitleg: De persoon bepaalt zelf de betekenis.

Onspecifieke werkwoorden

Voorbeeld: Denken, weten, herkennen, gewaarworden, enz.

Uitleg: Hierbij kan de persoon ongestoord alles denken enz.

Weglating van zinsdelen

Voorbeeld: Je kunt je nu beter ontspannen

Uitleg: Wat er ontbreekt is:….. het beter dan wanneer, wie.

Analoog markeren, accenten

Voorbeeld: Het genieten van de zon en de zee kan je veel leren over je eigen lichaam.

Uitleg: Door genieten en leren te accentueren, worden twee gedachtegangen teweeg gebracht.

Ambiguïteit (dubbele betekenissen)

Voorbeeld: Dit is een foto van Jan.

Uitleg: Jan staat op de foto. Jan is de maker van de foto.

Tijdsaanduidingen

Voorbeeld: Nu, straks, zodra, wanneer, toekomst, verleden, vroeger.

Gelijktijdig

  • Terwijl je dat doet kun je ook…
  • Naast denken kun je dromen
  • Op hetzelfde moment als…
  • Gedurende je dromen kun je ook leren.

Opeenvolgend, na elkaar, serieel

  • Nadat je voelt kun je weten.
  • Zodra je het weet geef je een signaal.
  • Pas als je het begrijpt kies je.
  • Als ik ja zeg doe je het.
  • Niet eerder dan een beeld opgekomen is.


Ingebedde vragen

Voorbeeld: Mensen willen soms weten wat anderen denken.

Uitleg: Dit is een vraag om te vertellen wat je denkt.

Ingebedde bevelen

Voorbeeld: Je kunt je ontspannen.

Uitleg: Dit is een opdracht om je te ontspannen.

Geaccepteerde manier van bevelen

Voorbeeld: Heb je even tijd voor een boodschap?

Uitleg: Dit betekent eigenlijk: doe even een boodschap voor mij.

Citaten

Voorbeeld: Een vriend van me zei gisteren nog: ‘ik zou gerust tegen mijn baas zeggen, “houd nu eens even je mond”.

Uitleg: Uit eigen naam kun je dat niet rechtstreeks zeggen.

Niet waar’ vragen

Voorbeeld: Dat is toch zo? Niet waar? Ja toch, is het niet?

Uitleg: Je spreekt jezelf tegen door die toevoeging, waardoor een ander dat minder snel zal doen.

Vul je e-mailadres in en ontvang de 35 adviezen over conflicthantering in je mailbox!

Wij gaan zorgvuldig met je gegevens om.

Lees hier onze privacy-verklaring.

Vul je e-mailadres in en ontvang 'Ben je lijder of leider' in je mailbox!

Wij gaan zorgvuldig met je gegevens om.

Lees hier onze privacy-verklaring.