Typen van vooronderstellingen - InnerQi NLP opleidingen en trainingen voor persoonlijke en zakelijke groei. Typen van vooronderstellingen - InnerQi NLP opleidingen en trainingen voor persoonlijke en zakelijke groei.
1 of 2

Typen van vooronderstellingen

1.Tijd vooronderstelling

Sleutelwoorden: nieuw, oud, eerder, terwijl, huidig, alvorens, wanneer, als, etc.

Voorbeeld: Als hier bent kun je ontspannen.  

Vooronderstelling= Je komt hier.

2. Complexe bijvoeglijke naamwoorden

Sleutelwoorden: nieuw, oud, huidig, vorig, gewezen.

Voorbeeld: Je moet je nieuwe jas dragen vandaag.    

Vooronderstelling= Je hebt een oude jas.

3. Rangtelwoorden

Sleutelwoorden: eerste, tweede, derde, nog een, laatst.

Voorbeeld: Denk eens aan laatste keer dat je die muziek hoorde.      

Vooronderstelling= Er zijn andere keren geweest.

4. Vergelijkingen met – vergeleken waarmee, beter dan wat, dan wie

Bijwoorden eindigend op:        -er,      beter, minder, plezieriger, meer

-st,       best, plezierigst, meest

Voorbeeld: Welke ervaring was het plezierigst.

Vooronderstelling= Er waren andere plezierige ervaringen.

5. Vergelijking – gelijk aan

Sleutelwoorden: evenals, evenveel, zoals

Voorbeeld: je kunt vandaag evenveel plezier hebben als gisteren.      

Vooronderstelling= Je hebt gisteren plezier gehad.

6. Sleutelwoorden die iets repeteren

Sleutelwoorden: ook, evenals, evenzeer, opnieuw, terug

Voorbeeld: Je kunt dat opnieuw ervaren.        

Vooronderstelling= Je hebt het al eens eerder ervaren.

7. Repeterende werkwoorden of bijwoorden

Sleutelwoorden: herhaaldelijk, terugkerend, herstellen, herzien, terugplaatsen, hernieuwen

Voorbeeld: Telkens als je je handen wast kun je terugdenken aan die ervaring.

Vooronderstelling= Je wast je handen regelmatig c.q. je hebt die ervaring gehad.

8. Veranderen van plaats

Sleutelwoorden: werkwoorden en bijwoorden zoals komen, gaan, aankomen, vertrekken

Voorbeeld: Hij verliet het huis voor zes uur.   

Vooronderstelling= Hij was thuis.

9. Veranderen van tijd

Sleutelwoorden: werkwoorden en woorden zoals beginnen, eindigen, starten, niet meer voortgaan, reeds, al, nog steeds, niet

Voorbeeld: Je gaat nog steeds door met studeren.

Vooronderstelling= Je was aan het studeren.

10. Veranderen van staat of toestand

Sleutelwoorden: werkwoorden zoals veranderen, transformeren, veranderen in, worden

Voorbeeld: Die ervaring kan je transformeren.

Vooronderstelling= Je wilt transformeren.

11. Feitelijke werkwoorden en bijwoorden

Sleutelwoorden: vreemd, bewust, zich realiseren, spijt hebben, weten

Voorbeeld: Ben je je ervan bewust hoeveel keuzes je hebt?

Vooronderstelling= Je hebt keuze, er is keuze.

12. Selectieve beperkingen

Voorbeeld: Als de professor in verwachting geraakt, zullen we lessen missen.

Vooronderstelling= De prof is een vrouw.

13. Vragen

Voorbeeld: Welke bron wil je daarvoor gebruiken?

Vooronderstelling= Je hebt bronnen

Voorbeeld: Welke van de twee zal ik voor je inpakken?          

Vooronderstelling=: Je hebt voor een van beiden een keus gemaakt Nota Bene:Het stellen van vragen geeft richting aan het bewustzijn en de gedachten. De taal is niet de ervaring, maar taal creëert wel ervaringen.

Vul je e-mailadres in en ontvang de 35 adviezen over conflicthantering in je mailbox!

Wij gaan zorgvuldig met je gegevens om.

Lees hier onze privacy-verklaring.

Vul je e-mailadres in en ontvang 'Ben je lijder of leider' in je mailbox!

Wij gaan zorgvuldig met je gegevens om.

Lees hier onze privacy-verklaring.